Beeckzangh, een historische plek

Vondel800x600Joost van den VondelOmstreeks 1650 bouwde de Amsterdamse koopman Nicolaas Luyders een blauwselmakerij op de plaats van het huidige “Beeckzangh”. Maar lang duurt dat niet, rond 1709 is de blauwselmakerij alleen nog maar woonhuis. In 1876 krijgt het huis van eigenaar Daniel Adriaan Koenen de naam “Beeckzangh”. Hij vernoemde het huis naar het gedicht dat Joost van den Vondel (1587-1679) eeuwen eerder schreef op de Scheijbeeck, de beek die langs “Beeckzangh” en de tegenovergelegen buitenplaats “Scheijbeeck” stroomt. In de tijd van Koenen komt er weer een dichter naar “Beeckzangh”: Herman Gorter schrijft er in 1889 het begin van zijn beroemdste gedicht “Mei”. In 1903 komt “Beeckzangh” in handen van de Amsterdamse diamantklover Johann Willem Arend Koster. Dan worden huis en landerijen gebruikt voor teelt en opslag van bollen . De familie Koster is nog altijd de trotse eigenaar van “Beeckzangh”.